‘Slik je dat?’ door Joanna Blythman

Slik je dat?Met de ondertitel ‘Wat je niet mag weten over je eten’ is meteen duidelijk waar dit boek over gaat.
Het is feitelijk een bevestiging van wat – vandaag de dag – steeds meer consumenten beginnen te beseffen, dat er weinig voeding in fabrieksvoedsel zit. Erger nog, er zitten toegevoegde stoffen in het ‘voedsel’ die – dag in, dag uit – schadelijk zijn voor de gezondheid. Geen wonder dus de waarde van dit anonieme citaat: “We kampen met een voedselindustrie die niets over gezondheid weet, en een ziektezorgsysteem dat niets over voeding weet.”

Duidelijke indeling
Joanna Blythman is de ‘investigative journalist’ pur sang. Ze vindt allerlei manieren om achter gesloten deuren van de fabrikanten en vakbeurzen te komen, om daar details te ontfutselen die geheim zijn voor de consument.
Het boek is opgedeeld in twee kerndelen: hoe werkt het fabriekssysteem en de kenmerken van fabrieksvoedsel.
In het eerste deel legt ze uit waarom alles identiek smaakt, ze geeft de lezer een blik op de werkvloer, verklaart de kronkels om een zogenaamd ‘clean label’ (etikettering zonder afschrikkende ingrediënten) te bewerkstelligen, verklapt waar fabrikanten van additieven en hulpstoffen mee bezig zijn, en ze laat duidelijk zien dat ‘vers’ in de winkel in werkelijkheid anders is.
Het tweede deel is overzichtelijk opgedeeld in duidelijke overzichten van alles rondom zoet, olie, smaak, kleur, water, zetmeel, verpakking en nog veel meer.

AuteurJoanna Blythman
Met dit, haar zevende boek, speelt Blythman een leidende rol in de strijd tegen malafide praktijken in de voedselindustrie. In Groot-Brittannië is er een bijzonder actieve beweging om echt, natuurlijk voedsel te promoten. Denk alleen al aan Jamie Oliver! Blythman is een veelgevraagde spreker, komt vaak op radio en tv en schrijft tal van columns.

Additieven
Om wat meer details te geven, kunt u in dit boek lezen over de onzin van de E-nummers. Terwijl uw supermarkt en andere organisaties zoals het Voedingscentrum u voorhouden dat de additieven die deze erkenning krijgen allemaal veilig zijn door goedkeuring van de overheid, legt Blythman uit hoe groot deze wassen neus is.
Ook, in verband met ‘clean label’-doelstellingen, beschrijft ze het verschil tussen ‘hulpstoffen’ en ‘ingrediënten’. Hulpstoffen, die niet genoemd hoeven te worden, kunnen zeker schadelijk zijn – ze zijn immers lichaamsvreemde stoffen die niet in de natuur bestaan. Maar ze zijn geen formele ‘ingrediënten’ die wél op het etiket moeten staan.
Een perfect voorbeeld van deze handeling betreft GM (genetisch gemodificeerde) stoffen. Velen mijden waar mogelijk GM-producten; zo bewust zijn vele consumenten al. En GM-producten moeten in Nederland vermeld worden op het etiket. Maar:

Toch weten maar heel weinig mensen dat er al GM-enzymen in gebruik zijn. Als een fabrikant een GM-ingrediënt in voedsel of drank verwerkt, moet dat als zodanig vermeld zijn. Dat gebeurt maar zelden, omdat mensen die GM op het etiket zien staan, het product mijden. Maar omdat GM-enzymen [DB: het zijn hulpstoffen] niet op het etiket hoeven te staan, krijgen de consumenten niet de kans om ze af te wijzen.

Gesjoemel
Als u van griezelverhalen geniet, kunt u uw hart ophalen bij het lezen van dit boek. Hoe er vooral met vlees wordt omgegaan voordat het voor u in de winkel ligt, is schrikbarend. Neem alleen al dit voorbeeld:

… Een fabrikant betaalt €2,60 per kilo voor snippers uitgebeend en diepgevroren rundvlees. Rundereiwit kost echter maar €1,20 per kilo. Als hij 10 procent van het rundvlees vervangt door eiwitpoeder en water, bespaart een voedselfabriek die 200 ton vlees per week verwerkt, maar liefst €28.000.

Blythman plaatst zo’n praktijk in een alledaags kader:

… En omdat de supermarkten hun leveranciers continu tot onmogelijk lage prijzen proberen te dwingen, is dit soort besparingen geknipt om tóch nog geld te verdienen. Een eiwitleverancier legt het als volgt uit:
“Functionele eiwitten stellen u in staat om duurdere ingrediënten in uw product te vervangen. Dan stijgt de omzet en dalen de kosten.”

Dit alleen al geeft stof tot nadenken – en het boek staat bol van zulke duidelijke en confronterende uitspraken.

De overheid weet het!
Lees dit boek en er gaat een wereld voor u open over de samenwerking (lees: samenzwering) tussen de chemische- en voedingsindustrie, producenten van verpakkingen en overheidsinstanties:

Het feit dat veel additieven de houdbaarheid van producten verlengen en mensenlevens kunnen bekorten, is ingebakken in de Europese wet.

Blythman neemt geen blad voor haar mond en geeft precieze details over de verschillende instanties, de kronkels in de wet, de inmenging van fabrikanten en de sluwheid waarmee de regels steeds omzeild worden. ‘Winst wint het ten koste van gezondheid’ is een conclusie die makkelijk te trekken is.

Presentatie
Het boek oogt prettig, met een aantrekkelijke bladspiegel en sympathieke keus van lettertype. Hoewel illustraties ontbreken – wat wel te betreuren is – loopt de tekst doorgaans prima. De vele waardevolle citaten zijn ook een bron van vertier.
De vertaler, Jacques Meerman, verdient een pluim voor zijn werk. Wat los staat van kritiek over de eindeloze slalom door de verschillende betekenissen van het woord ‘je’, zoals ‘ik’ (Joanna Blythman), ‘je’ (de lezer) en ‘er is/er zijn’ – wat het vlot lezen enigszins belemmert.
Dat het eindresultaat van de typo’s bulkt, is alleen jammer, want juist dáár hapert het lezen. Voorbeelden: ‘… uitzien als je het kleurt bloedcellen…’, ‘Zij die misschien even slecht?’, ‘… vanillesmaaksof…’, ‘… Southhampton…’, ‘… bootstellen…’.
Ook staan er andere fouten zoals apostroffen op rare plekken en citaten die niet kloppen. Verder zijn er grove fouten zoals het noemen van FTNS (from the named source) en daarna vier keer op de zelfde pagina FNTS. Zelfs het uitvoerige deel met bronnen wemelt van de typo’s.
Nee, zo’n boek verdient een nauwkeurige correctiegang door kundige professionelen.

N.B. Sinds de oorspronkelijke publicatie van dit artikel is een gecorrigeerde versie van het boek binnen luttele maanden herdrukt.

Toenemend bewustzijn
Het lijkt nog steeds een minderheid te zijn die er belangstelling voor heeft. Maar de groeiende aandacht op radio en tv voor voedselschandalen en dubieuze praktijken geeft hoopt dat er werkelijk wat gaat veranderen om de gezondheid van consumenten te waarborgen. De grote belangstelling voor kookprogramma’s en de aandacht die zelfs de grote supermarkten beginnen te geven aan alles wat ’gezond’, ‘natuurlijk’ en ‘biologisch’ is, draagt bij aan de bewustwording die voorafgaat aan verandering.
Het lezen van boeken zoals dit en Bet the Farm maakt deel uit van dit bewustwordingsproces. Want wilt u uw voedsel inzetten ter ondersteuning van uw gezondheid, dan is dit soort informatie de basis voor het maken van verantwoorde keuzes.

______________________________________________________________________
Persoonlijke noot
Terwijl ik bezig was het boek te lezen, kwam ik deze tekst tegen in het blad van mijn lokale Coop:

Weet wat je eetKlik hier voor de volledige pdf-versie.

Vooral de inhoud van het kader over ‘E-Wat?’ wordt volledig tenietgedaan door Blythmans uitleg.
De titel van de rubriek – ‘Weet wat je eet’ – is totaal misleidend in het licht van dit nieuwe boek.
Gelukkig brengt dezelfde uitgeverij (Bouillon!) een handzaam boekje uit over E-nummers (zie mijn recensie). Ook is er een handige app voor de smartphone met dezelfde informatie.

, , , , , , ,

Nog geen reacties.

Geef een reactie

Een site van WebZenz.